Onzichtbaar

In mijn kinderjaren droomde ik ervan dat ik onzichtbaar was. Dat leek me echt het einde! Als de afwas moest worden gedaan, ’toverde’ ik mezelf onzichtbaar. Ik was er dan heilig van overtuigd dat niemand me kon zien, dat ik onzichtbaar was. Het was dan ook een grote desillusie als mijn moeder me aankeek en vroeg of ik de afwas even wilde doen.


Later was er de televisieserie Jeannie, zij was een soort geest uit de fles en kon alles wat ik graag wilde. Zij vouwde haar armen voor haar borst, knipte met haar ogen en was dan onzichtbaar. Dat wilde ik ook, maar tot mijn grote teleurstelling kon ik met mijn ogen knipperen wat ik wilde, maar ik bleef zichtbaar.

De laatste tijd ben ik dan toch eindelijk onzichtbaar, maar leuk vind ik het eigenlijk helemaal niet! Toen ik jong was, werd er vaak gestopt als ik de straat overstak. Nu word ik soms bijna omver gereden. Deuren die vroeger voor me werden open gehouden, worden nu vlak voor mijn neus dicht geslagen. Ook op straat gebeurt het regelmatig dat er ineens iemand recht op me afkomt lopen, alsof ik onzichtbaar ben. Pas zat ik ergens op een bankje buiten op straat. Ik constateerde na een tijdje dat bijna niemand me echt zag. Niet zoals een paar jaar geleden. Ik ben een onzichtbare oma geworden.

Scroll naar boven