
“De kroketten in het restaurant zijn aan de kleine kant”, zo staat te lezen op een muur in Hotel New York in Rotterdam, tegen de achtergrond van een koffiekan van Klaas Gubbels. Het is een eerbetoon aan de één van de grootste dichters van de stad: Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992).
Vaandrager debuteerde in 1955 en daarna publiceerde hij in vele literaire tijdschriften. In de jaren ’60 maakte hij furore in het literaire leven van de Maasstad, samen met zijn vriend Hans Sleutelaar en Hans Verhagen. Na zijn prozadebuut ‘Leve Joop Massaker’ (1960), volgde in 1961 zijn eerste dichtbundel ‘Met andere ogen’. Het kroketten gedicht komt uit zijn veelgeprezen bundel ‘Gedichten’ (1967).
Vaandragers gedichten beslaan soms niet meer dan één of twee zinnen, vaak met rake observaties, “Meneer Dinges weet niet wat swing is”. In de jaren ’70 werd zijn leven bepaald door drugs, en depressies deden hem in psychiatrische ziekenhuizen belanden. Toch kreeg hij nog de Anna Blaman Prijs voor al zijn werk in 1981 en hij publiceerde later nog enkele dichtbundels. Vaandrager overleed in 1992 op 56-jarige leeftijd als een eenzame zwerver, maar als zo vele dichters kreeg hij pas na zijn dood de waardering die hij verdiende. In 2005 verscheen zijn biografie en de inmiddels ook betreurde Martin Bril stelde met Hans Sleutelaar in 2008 de verzamelbundel ‘Made in Rotterdam’ samen.
Van de literaire nalatenschap van Vaandrager is weinig bewaard gebleven. In 1976 werd de dichter uit zijn sterk vervuilde huis gezet. De gemeentelijke reinigingsdienst bracht alle rotzooi naar de vuilverbranding, inclusief zijn complete literaire archief, zijn correspondentie en zijn boeken.