Arm maar schatrijk

Midden jaren 70 ging ik met een groepje vrienden naar Indonesie. We wilden door Java reizen met de trein en daarna naar Bali. We vlogen eerst naar Djakarta, waar we familie bezochten van een van de vrienden. Zijn tante en oom woonden in een achteraf buurtje van Djakarta. Ze hadden praktisch niets, maar we werden onthaald als een koninklijk gezelschap. Alles werd aangesleept stoelen en tafels van de buren, thee, heerlijke vruchten. en allerlei heerlijke hapjes. Er was geen tv of stereo, maar er werd een gitaar tevoor schijn getoverd en iedereen zong mee.

We waren kennelijk een hele bezienswaardigheid, binnen no time waren de ramen geheel gevuld met hoofden van kinderen en buurtbewoners. In Nederland is het wat dat betreft allemaal behoorlijk formeel, stijf en ongastvrij. Een van de nichtjes droomde ervan in Nederland te wonen. Dan kon ze lipstick kopen en oorbellen, daar was geen geld voor. Ik gaf haar een lipstick uit mijn toilettas, ze was laaiend enthousiast. We hebben daarna vele pakjes met allerlei hebbedingetjes naar de familie toegestuurd.

Op een gegeven moment werd gevraagd wat iedereen deed. Ik vertelde dat ik maatschappelijk werkster was. Dat kenden ze dus niet, Ik probeerde uit te leggen, in het engels, dat ik mensen met problemen probeer te helpen. Dat vonden ze heel raar. Maatschappelijk werk bestaat daar ook gewoon niet. Iedereen helpt elkaar. Er zijn ook geen bejaardentehuizen want kinderen zorgen voor ouderen. Met plezier ook, er is daar nog respect voor ouderen en je kunt veel van ze leren, vertelde een van de familieleden,.

Ze hebben dan misschien niets, maar vergeleken bij ons zijn ze schatrijk.

Scroll naar boven