Je maakt wat mee als je maatschappelijk werkster bent!
Ik kreeg de opdracht om een oude dame, ik noem haar even mevrouw S., te begeleiden naar een bejaardenwoning. Ik was op dat moment, eind jaren 70, maatschappelijk werkster in het verpleeghuis waar zij verbleef voor revalidatie. Zij was in de 80 en woonde met haar man op een binnenschip bij Muiden. Hij was dement maar wilde onder geen enkele voorwaarde naar een verpleeghuis. En zolang mensen zich nog kunnen redden en geen gevaar zijn voor zichzelf of anderen, kan dat. De omstandigheden waren erbarmelijk, hoorde ik van de arts en de wijkverpleegkundige. Ze aten soms hondenbrokken omdat dat goedkoop was. Zij mocht van hem niks kopen en ze had ook niks te vertellen. Kinderen hadden ze niet.
Toen viel hij van de loopplank en werd vervolgens opgenomen in een ziekenhuis, waar hij na een paar dagen overleed. Zij was er niet echt rouwig om. Eindelijk kon ze eens doen wat ze zelf wilde. Ze wilde heel graag naar een bejaardentehuis. En eindelijk eens kleding kopen. Ze liep in oude lompen die tig keer versteld waren. Ze droeg wollen onderbroeken met lapjes erop, bijna kunstwerkjes!
Je staat er versteld van hoe snel aasgieren ruiken dat er een makkelijke prooi is. Mevrouw S. was wereldvreemd. Haar wereldje was het schip, daarbuiten kwam ze nooit. Het schip werd leeg gehaald en ontsmet door de gemeente. Er kwamen overal bundels geld tevoorschijn, verstopt tussen planken, in blikjes en trommels. Er waren kostbare bromfietsen en nog wat zaken die veel geld waard waren. Het schip zelf was natuurlijk ook wel wat waard. Zo kwam er op een dag een verpleegster naar me toe, ze had gezien dat er een vreemde man bij mevrouw S. Zat die haar papieren wilde laten tekenen. Het bleek een makelaar te zijn, die het schip wilde kopen voor een habbekrats. Ik kon nog net voorkomen dat ze ging tekenen. Hij stond net op het punt om haar een kruisje te laten zetten, ze wist niet eens hoe ze haar handtekening moest zetten.
Ook de gemeente Muiden kon de verleiding kennelijk niet weerstaan. Er verdween van alles, deels ging het naar een opslag deels waren dingen ineens weg. Een medewerker belde me zelfs op om te zeggen dat we niet teveel geld moesten uitgeven aan meubels en kleding! Ze moest het bejaardentehuis namelijk eerst zelf betalen. Ze mocht dan 10.000 gulden houden. Er was notabene iets van anderhalve ton en dan moet een mensje wat nooit iets heeft gehad voorzichtig aan doen met inkopen.
Mevrouw S. kreeg een hoge urgentie en kreeg gelukkig gauw een mooi plekje in een bejaardenhuis middenin Muiden, aan het water. Dat was ook een wens van haar. We gingen lekker shoppen en kochten eindelijk eens mooie kleding en schoenen voor haar. En natuurlijke leuke meubeltjes en ‘gezellige frutsels’ voor haar kamer. Ik trakteerde haar af en toe op een ijsje, waar ze van genoot als een kind. Ze kendie niemand en had ook niemand. Mensen vonden haar raar. Ik probeerde haar daarom zo vaak mogelijk te bezoeken, maar voor haar was dat toch te weinig. Op een gegeven moment kwam ik op bezoek en had taart voor haar meegenomen. Ik wilde de rest in haar ijskastje zetten, maar tot mijn verbazing lagen daar keurige stapeltjes ondergoed en nachthemden in. Ze had er gewoon geen flauw benul van wat een ijskast was! Ook had ze nog nooit getelefoneerd. De telefoon op haar kamer was gegaan maar ze wist niet wat ze moest doen.
Er is meer eenzaamheid onder de mensen dan ik ooit had gedacht …