Allersmaborg Ezinge

De Allersmaborg is een borg, kasteel, in het gehucht Allersma tussen Ezinge en Aduarderzijl, Groningen.  De borg stamt uit de middeleeuwen en is omringd door eeen gracht met ophaalbrug. De borg wordt omringd door een Engelse tuin en houtsingels. Rond het borgterrein ligt een landgoed van ongeveer 2 hectare met onder andere een boomgaard met oude Groningse fruitrassen.

Het landgoed rond de borg is opengesteld voor wandelaars. In het voorjaar groeien er verschillende stinsenplanten. De ingang naar het borgterrein is voorzien van een in toegangshek dat in 1989 werd geplaatst. Het oude hek werd toen bij de kerk van Ezinge geplaatst. Het huis bestaat uit drie vleugels. De zuidvleugel is het oudste gedeelte van de borg en is deels onderkelderd. De noordvleugel stamt uit de 16e eeuw en de oostvleugel stamt uit begin 18e eeuw.

In 1946 kocht de gemeente Ezinge de borg voor een bedrag van 12.000 gulden. Nadat studenten in 1947 er al het stuk Granida opnamen, kwam de borg in de jaren 1950 in trek bij verschillende kunstenaars, waaronder de teken- en schildersvereniging De Linetreckers, die onder leiding stond van schilder Johan Dijkstra van De Ploeg. De gemeente Ezinge liet vanaf 1956 het arbeidersgezin van Albert Siegers, die verderop werkte bij een boer, de borg gratis bewonen mits zij de borg en het borgterrein onderhielden. Vanaf 1962 namen kunstenaar Martin Tissing en zijn vrouw, weefkunstenares Annie Vriezen, het klerkenhuis in gebruik om er te gaan wonen. In 1964 vertrok de familie Siegers en kwam de borg leeg te staan. Daarop gingen Tissing en Vriezen hier wonen. Het klerkenhuis richtten zij in voor tentoonstellingen. In de eerste jaren nodigde het kunstenaarsechtpaar jaarlijks als vervolg op het vroegere Boschfeest muziekkorpsen en zangkoren uit de omtrek uit voor het houden van een zomerfeest.

Het kunstenaarsechtpaar maakte van de borg een kunstenaarskolonie, een ontmoetings- en expositiecentrum van voor onder andere bevriende kunstenaars als Edu Waskowsky, Gjalt Blaauw, Henri de Wolf, Karl Pelgrom, Matthijs Röling en fotograaf Sanne Sannes. In de zomer werden er kunsttentoonstellingen gehouden. Sannes schoot onder andere samen met Remco Campert (als regisseur) en Gerrit Jan Wolffensperger (als hoofdrolspeler) opnamen voor zijn film Sanne Lucia of Santa Lucia (Dirty girl) op en rond de borg, die de VPRO in eerste instantie weigerde uit te zenden vanwege het ‘verregaande erotische en sadistische karakter’, zoals de filmkeuring het noemde. Boeren uit de omgeving zagen tijdens de opnames naakte vrouwen op het landgoed lopen, hetgeen er bijna toe leidde dat de gemeente Ezinge Vriezen uit het pand liet zetten.

De gemeente Ezinge had te weinig geld voor het onderhoud, waardoor de borg steeds verder verviel. In 1972 liet zij de duiventil slopen en vervangen door een exacte replica. Tevergeefs probeerde zij de borg in 1974 te verkopen op voorwaarde dat deze bewoond zou worden en het terrein een openbare functie zou krijgen. Uiteindelijk droeg de gemeente na onderhandelingen in 1976 de borg en het omringende landgoed daarom voor een symbolisch bedrag van 1 gulden over aan Staatsbosbeheer.

Rond 1976 werd de borg gerestaureerd en werd teruggebracht in 19e-eeuwse staat. Staatsbosbeheer plantte de aanpalende boomgaard vol met oude fruitrassen en onderhield de Engelse tuin.
Ter gelegenheid van de voltooiing van de restauratie werd in 1978 een tentoonstelling in het koetshuis gehouden waaraan naast Tissing, Vriezen, Blaauw, Sannes en Waskowsky ook Jan de Boer, Magdalena Abakanowicz en Henk Keimpema deelnamen.
Het succes van deze expositie leidde ertoe dat het koetshuis definitief als expositieruimte in gebruik genomen werd voor jonge kunstenaars, die hier hun eerste werk konden tonen.

In 2005 besloot de Rijksuniversiteit om het gebouw voor 30 jaar in erfpacht over te nemen via de door haar daarvoor opgerichte Stichting Allersmaborg. De renovatie vond plaats tussen 2005 en 2006 en kostte ruim 1,2 miljoen euro. Hierbij werd het klerkenhuis verbouwd om het geschikt te maken voor de functie van logies en ontbijt. In 2006 werd de borg deels ingericht als het alumnihuis van de universiteit en deels als plek voor vergaderingen, masterclasses en werkconferenties, waarbij twee vertrekken als slaapzaal werden ingericht. De borg werd ook beschikbaar gesteld voor feesten en partijen en trouwplechtigheden.

Tussen 2007 en 2010 bewoonden Sibrand Poppema, vicevoorzitter van de raad van bestuur van het Universitair Medisch Centrum Groningen en decaan van de Faculteit der Medische Wetenschappen, en zijn vrouw Joke de borg als borgheer en borgvrouw. In 2008 werden de tuinen en singels opgeknapt met behulp van een subsidie van de provincie Groningen en het Europese LEADER-fonds. De tuinen kregen daarbij het aanzien van een slingertuin. In 2011 wilde Joke Poppema het rustiger aan gaan doen. De exploitatie van de borg werd daarom overgedaan aan Hampshire Hotels Groningen en het echtpaar verliet de borg. AndrĂ© en Janneke Koch, werkzaam op de borg voor Hampshire bewoonden de borg vervolgens als borgheer en borgvrouw tot in 2015 de exploitatie werd overgedaan aan cateraar Beijk. Sindsdien zorgt Beijk voor bewoning en beheer van de Allersmaborg.

Bron: Wikipedia