Bali


Een reis naar Java en Bali was heel wat in de jaren 70. Dat deed niemand uit mijn vriendenkring. Er werd getrouwd en gespaard voor uitzetten en babykamertjes met bijbehorende baby’s.
Samen met Rob, met wie ik toen samenwoonde, en een paar vrienden, vlogen we naar Djakarta alwaar we familie bezochten van een van onze vrienden. Na een paar dagen reisden we met de trein dwars door Java. Een belevenis op zich. Zodra je stopte, kwamen allerlei verkopers onder luid geroep op de trein afgestormd om hun etenswaren en dranken te verkopen. We zaten op houten bankjes in een vrij warme trein. Weinig toeristen, wat wel zo fijn was. Wel kwam er af en toe iemand bij je zitten met een tokkende kip in een mand, maar dat had ook wel weer wat.

Af en toe maakten we een tussenstop in een interessante plaats of plek, zoals Bandung, de Borobudur en Yokjakarta. Na zo’n 2 weken door Java reizen, vaarden we naar Bali. Daar huurden we een knaloranje Mehari, waarmee we over het eiland reden. Prachtig en indrukwekkend. Heel veel tempels, de een nog indrukwekkender als de ander. Prachtige rijstterrassen bij Jatiluwih. Het was wel wat toeristischer, vooral bij Kuta aan de zuidkust, maar in de binnenlanden waren weinig of geen toeristen.

Af en toe zoefde een toeringcar vol toeristen voorbij. Mensen die een volledig verzorgde reis boeken naar Bali, reizen volgens een bepaald strak protocol. Te vergelijken met toeristen die Nederland aandoen volgens het boekje. Die gaan meestal naar Volendam, de Keukenhof, Amsterdam, de Kinderdijk en soms Giethoorn. Ik moet dan altijd denken aan het liedje: If it’s tuesday, this must be Belgium …
Wij trokken gelukkig ons eigen plan en dat beviel prima! Totdat …

Het was warm en we wilden even lekker naar het strand. Prachtig azuurblauwe zee met hoge golven, een schitterend wit strand. Het was een paradijsje! Ik ging lichaamsurfen, gewoon lekker liggen op je rug en je dan laten drijven. Op een gegeven moment keek ik om me heen en zag niemand meer in mij buurt. Mijn vrienden waren kleine poppetjes op het stand. Ik was in snel tempo door de golven heen geschoten, door de branding. Ik wilde terug zwemmen naar het strand, maar dat lukte niet. Er was een sterkte stroming waar ik niet doorheen kwam, wat ik ook probeerde. Ik raakte in paniek en kreeg water binnen. Ik dacht: dat was het dan! Of ik sla te pletter tegen de rotsen of een haai komt me op peuzelen of ik verdrink gewoon. Net toen ik had besloten me dan maar over te geven, dook Rob ineens op uit de golven. Hij trok me mee en zo belandde ik weer veilig op het strand.

Die nacht had ik een vreselijke nachtmerrie. Ik herbeleefde alles. Ik dacht aan alles wat er had kunnen gebeuren als Rob mij niet had kunnen redden. Ik heb in mijn leven al heel wat mij goed gezinde engeltjes op mijn schouder gehad!