
Mijn moeder was gek op bloemen en planten, ze kende ook bijna alle namen. We hadden vroeger hadden we een bloemenwinkel, daar was ze dan ook helemaal in haar element. Hoewel mijn vader de officiele papieren had voor bloemsierkunst, had zij er veel meer gevoel voor.
Het huis van mijn ouders stond altijd vol met planten en alles deed het goed. Ook de tuin was een plaatje. Mijn vader vond het gauw veel te wild, hij hield meer van mooie rechte rijen planten, lekker overzichtelijk/ Mijn moeder hield meer van een lekkere wilde tuin. Ze had, zoals men zegt, ‘groene vingers’. Ik heb ze ook een beetje van haar geërfd, maar misschien zijn ze, bij haar vergeleken, wat fletser groen.
Ik kreeg vaak allerlei stekjes van haar. Eén stekje was uitgegroeid tot een prachtige sansevieria, inmiddels zo’n slordige 40 jaar oud. Tot mijn schrik stortte de plant na een van mijn vele verhuizingen volledig in. De bladen hingen troosteloos en slap naar beneden. Met een fletsgroen vingertje heb ik er gelukkig nog een stekje uit kunnen halen. Inmiddels heb ik twee prachtige sansevieria’s.
Wat ik vooral zo leuk vind, is dat ik na al die tijd toch nog een levende herinnering aan mijn moeder heb.