George Martens
George Martens (1894–1979) was een beeldend kunstenaar en mede-oprichter van de Groninger Kunstkring De Ploeg.
Na de lagere school ging Martens naar de Rijks Hogere Handelsschool. Hij volgde daarnaast cursussen aan de Academie Minerva. Hij bleek veel talent te hebben en voltooide uiteindelijk de reguliere opleiding aan de kunstacademie. Tijdens zijn studie leerde hij onder andere Johan Dijkstra, Jan Altink en Jan Wiegers kennen.
Tijdens zijn studie aan de Academie Minerva leerde Martens de zes jaar oudere Alida Pott kennen,met wie hij in 1922 trouwde. In 1931 overleed Alida aan een longziekte. Enige jaren na haar overlijden ontmoette Martens Carla Uithof. Ze trouwden in 1937. Martens en zijn vrouw waren vaak met hun tjalk ‘Alida’ in de Groningse en Drentse wateren te vinden.
Bij de tentoonstelling ‘Groningsche Kunstenaars en Amateurs’ in Pictura in 1918 werden de inzendingen van Altink, Dijkstra, Martens en Wiegers niet toegelaten. Dit vormde de directe aanleiding voor de oprichting van ‘een kunstkring onder Groninger artisten’. George Martens en Alida Pott behoorden tot de initiatiefnemers. Op 14 juni 1918 werden de statuten goedgekeurd van de ‘Groninger Kunstkring De Ploeg’.
Martens kan worden beschouwd als een typische vertegenwoordiger van het Groningse expressionisme. Zijn werk wordt gekenmerkt door krachtige kleuren en een spontaan penseelgebruik. Portretten, stadsgezichten en vanaf zijn tjalk ‘Alida’ geschilderde stukken zijn dominant aanwezig in zijn oeuvre. Tussen 1925 en 1932 werkte Martens met grote intensiteit en vernieuwingsdrang. De vele stadsgezichten en impressies van het Groninger straatleven werden hoogtepunten in zijn oeuvre. Hij geldt nog steeds als degene die met grote trefzekerheid de dynamiek van het stadsleven in de jaren twintig vastlegde.
Naast schilderen hield Martens zich ook bezig met reclamewerk (affiches en folders). Een bijzondere categorie in zijn werk is de verbeelding van kermis- en sporttaferelen.
Zowel vóór als na de Tweede Wereldoorlog nam Martens deel aan een groot aantal exposities, vaak in Ploegverband. Bij zijn 60e verjaardag in 1954 organiseerde Pictura een eretentoonstelling, waar waren 92 werken van hem te zien waren.
In 1976 werden Martens en Johan Dijkstra als laatste dan nog in leven zijnde oprichters van De Ploeg geëerd met de tentoonstelling ‘Groningen 1918-1928’.
Na 1950 werden de gezondheidsproblemen van Martens groter. Hij kreeg in 1956 een oogbeschadiging en in 1966 een lichte beroerte. Het schilderen kwam daarna nagenoeg stil te liggen. In 1979 brak hij bij een val zijn heup. Hij herstelde niet van de operatie en op 17 april 1979 overleed hij op 84-jarige leeftijd. Zijn vrouw Carla overleed 13 dagen later.