Er was een regenworm in Sneek die altijd naar de sterren keek, en fluisterde: Hoe schoon, hoe schoon… Zijn moeder zei: Doe toch gewoon, kijk naar beneden naar de grond, dat is normaal, dat is gezond, kijk naar beneden, zoals ik…
En toen? Toen kwam de leeuwerik! Het wormpje, dat naar boven staarde, zag hem op tijd en kroop in d’aarde, maar moe die naar beneden keek werd opgegeten (daar in Sneek).
Dus doe nooit wat je moeder zegt, dan komt het allemaal terecht.
Jij bent een lekkere prei, zei zij Ik vind jou ook heel leuk, zei hij En toen gingen de preien Samen wat liggen vrijen
Hij zoende haar op haar mond Hun schillen vlogen al snel in het rond Ineens zei zij verschrikt: verrek, jij bent helemaal geen prei! Klopt, ik ben een bos-uitje, net als jij, zei hij
Wat maakt het ook uit: ik hou van jou en jij van mij Zij zoende hem op zijn malse kuitje Hij speelde voor haar op zijn luitje Er kwamen daarna nog heel veel kleine uitjes En ze maakten met elkaar gezellige familie-uitjes
Toen kwam er een olifant met een lange snuit En die blies dit verhaaltje UIt