Ploeg Schilders

H.N. Werkman

Hendrik Werkman (1882–1945) werd bekend als de drukker van De Ploeg, de kunstenaarsvereniging die aan het begin van de 20e eeuw het culturele leven in Groningen ‘opschudde’.

Werkman verloor al jong zijn vader en kwam met zijn moeder en twee broers in Groningen terecht. Hij was boekdrukker en had een kleine uitgeverij in Groningen. Als lid van de Groninger schildersvereniging De Ploeg maakte hij verschillende affiches, uitnodigingen en catalogi voor de activiteiten van de vereniging. De zakenman in hem maakt plaats voor de kunstenaar. In 1922 gaf hij het door hemzelf gedrukte Blad voor Kunst uit, waarvan de redactie werd gevormd door o.a. Jan Wiegers en Jan Gerrit Jordens Na zes nummers werd het opgevolgd door het tijdschrift The next call, waar hij meer zijn persoonlijke stempel op kon drukken.

Hij gaf het in eigen beheer uit van 1923 tot 1926 en wisselde het uit met avant-gardisten in Parijs, Antwerpen, Polen en Rusland. Werkman schreef ook een klein aantal experimentele gedichten en poëtische prozastukken. Andere teksten zijn manifesten, die hij gebruikte bij het opschudden van het culturele leven in Groningen. Enkele van zijn teksten werden opgenomen in de biografie van Werkman door Hans van Straten. In 1968 werd een selectie van zijn correspondentie uitgegeven in de serie Privé-domein.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog kwam Werkman in contact met Willem Sandberg, op dat moment hoofdconservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Sandberg, die oorspronkelijk was opgeleid tot typograaf, verwierf veel werk van Werkman voor het Stedelijk Museum. Het was ook Sandberg die hem in 1939 zijn eerste solotentoonstelling bezorgde in Amsterdam.

Tijdens de oorlog verzorgde hij samen met August Henkels, Adri Buning en Ate Zuithoff onder de naam De Blauwe Schuit verschillende uitgaven die in bedekte termen kritiek leverden op het nazi-bewind. De teksten werden door Werkman voorzien van prachtige kleurrijke “druksels”. Uit die tijd stamt ook een van zijn bekendste werken, een dubbele serie van tien druksels getiteld: “Chassidische legenden I en II”.

Werkman werd met negen anderen gefusilleerd door SD’er Peter Schaap (van het Scholtenhuis) in de bossen bij Bakkeveen, drie dagen voor de bevrijding van Noord-Nederland. De redenen voor zijn arrestatie en executie zijn nooit helemaal duidelijk geworden. Wellicht was het naderen van de Canadese bevrijders in april 1945 de oorzaak van paniek op het Scholtenhuis. Koortsachtig werd door de SD’ers die daar vertoefden gezocht naar manieren om zich van belastend(e) materiaal en personen te ontdoen. De administratie van het Scholtenhuis werd vernietigd en de gevangenen werden weggevoerd en doodgeschoten om te voorkomen dat zij in handen van de bevrijder zouden vallen en tegen de Duitsers konden getuigen. Werkman ligt begraven op de begraafplaats van Bakkeveen.

In 1983 werden zijn voormalige werkruimten, op de bovenverdieping van een pakhuis aan Lage der A nummer 13 in Groningen, verbouwd tot ateliers. Het gebouw werd bij die gelegenheid omgedoopt tot “Werkmanhuis”. In het Grafisch Museum Groningen is een Werkman-atelier ingericht, waar aan de hand van authentiek materiaal wordt getoond hoe Werkmans technieken tot stand zijn gekomen. Ook zijn er verschillende ter plaatse vervaardigde reproducties van zijn druksels te bezichtigen.

De Stichting H.N. Werkman had als doelstelling om de bekendheid van het werk van Werkman te bevorderen. Ze bezat een grote collectie druksels, gebruiksgrafiek, tekeningen, schilderijen en brieven van Hendrik Nicolaas Werkman. De collectie van de stichting is in het jaar 1999 in langdurig bruikleen overgedragen aan het Groninger Museum. Ook het Amsterdamse Stedelijk Museum droeg tijdelijk haar bezit over aan Groningen. Zo kon in 2002 een omvangrijk project starten om het oeuvre in een database te inventariseren.

In 2008 werd een oeuvrecatalogus uitgegeven: H.N. Werkman, Het complete oeuvre, waarin voor het eerst een (nagenoeg) compleet overzicht gegeven werd van zijn omvangrijke werk. Na de tentoonstelling werden de schilderijen, druksels, tekeningen en grafiek geretourneerd aan het Stedelijk Museum. In 2013 besloot het stichtingsbestuur dat zijn taak was voltooid. Het bezit van de stichting werd geschonken aan het Groninger Museum en aan het Stedelijk Museum en de stichting werd opgeheven.

H.N. Werkman Meer lezen »

Kunst, Ploeg Schilders

Arie Zuidersma

Arie Zuidersma is geboren te Emmen in 1925.  Hij was autodidact, hij heeft 1 jaar ingeschreven gestaan bij de Academie Minerva in Groningen. In 1968 werd Arie Zuidersma uitgenodigd als gast mee te doen aan de exposities van de Groninger kunstkring “de Ploeg”. Hij had toen al een zekere naam verworven. Belangrijk voor zijn ontwikkeling als schilder is Marten Klompien geweest. Bijna dagelijks trok het tweetal er jarenlang per fiets op uit om in de volle natuur te gaan schilderen. Overigens heeft Zuidersma’s lidmaatschap van “de Ploeg” slechts tien jaar geduurd. In 1978 heeft hij dat gezelschap de rug toegekeerd uit teleurstelling over het feit dat sommige leden steeds weer oud werk exposeerden.

Zijn werk wordt bestempeld als  “abstract-expressionistisch”, maar Zuidersma zelf vond dit slechts een naam en vooral niet meer. “De gevoelens die aan de basis liggen van het scheppingsproces, laten zich in woorden nooit vangen” zei hij zelf. Critici roemen vooral zijn kleurgebruik. Voor zichzelf hanteerde hij de maatstaf dat hij het schilderij zo moet willen instappen. “Dan weet ik dat het goed is”.

In april 2014 is Arie op 89 jarige leeftijd overleden. Hij is tot het laatst toe altijd zeer productief gebleven. 

Arie Zuidersma Meer lezen »

Kunst, Ploeg Schilders

De Groninger Ploeg

Jan Altink – Blauwborgje, 1946

Kunstenaarsvereniging De Ploeg werd opgericht in 1918. De initiatiefnemers waren de Groningse kunstenaars Jan Wiegers, Jan Altink, Johan Dijkstra, Aloda Pott, Willem Reinders en H. Benes. Jan Altink bedacht de naam. Hij vond dat er in Groningen niet zoveel te doen was op kunstgebied. Hij dacht daarbij aan ontginnen, het omwoelen van de aarde, ploegen dus. Vandaar de naam De Ploeg. Zij hoopten door samenwerking tentoonstellingen te kunnen organiseren en kunstenaars en publiek kennis te laten maken met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van beeldende kunst. Ze trokken vaak het Reitdiepgebied in om daar te schilderen.

Het Blauwborgje, boerderijtjes en kerken stonden daarbij vaak model, met name het Blauwborgje en het kerkje van Oostum. Het Ploeglogo werd ontworpen door Alida Pott, de eerste vrouwelijke kunstenaar van De Ploeg. 

Oterdum, het verdwenen dorp is geschilderd door Johan Dijkstra, Jannes de Vries en Riekel Prins.

Jan Wiegers introduceerde de expressieve schilderkunst van Ernst Ludwig Kirchner bij de Ploegschilders. Zij gebruikten deze schilderswijze om het Groninger landschap met felle kleuren vast te leggen. Ook het werk van Van Gogh inspireerde enkele Ploegschilders, vooral Johan Dijkstra.
Een bekende ontmoetingsplek voor de Ploegschilders was boerderij Blauwborgje aan het Reitdiep. Niet alleen een prachtige plek om te schilderen, maar het was ook een uitspanning waar een borreltje kon worden gedronken.
In april 1923 organiseerde Johan Dijkstra met Altink en Wiegers het eerste lustrumfeest van De Ploeg op Blauwborgje.

Alida Pott schilderde o.a. de boomgaard van Blauwborgje. Johan Dijkstra omschreef de plek als een ideaal openluchtatelier, je vond er altijd wel een mooi beschut plekje om te schilderen. Jan Altink beschouwde dit idyllische stukje natuur aan de verweerde Reitdiepsdijk als zijn tweede huis.

Helaas is het Blauwborgje van weduwe Schuitema in 1929 door een brand verwoest. Met de fietsroute De Ploeg Hotspots kom je o.a. bij het jaagpad langs het Reitdiep, ter hoogte van Zernike Campus Groningen, alwaar het Blauwborgje ooit was …

De Groninger Ploeg Meer lezen »

Kunst, Ploeg Schilders

Jannes de Vries

Jannes de Vries was een Nederlands kunstenaar en lid van de Groninger kunstkring De Ploeg. Zijn ouders hadden een hotel-café ‘De Energie’. Zij hadden niet veel vertrouwen in de artistieke aspiraties van hun zoon. Jannes de Vries begon daarom zijn werkzame leven op het kantoor van een advocaat. Deze stelde hem in staat toelatingsexamen te doen voor de Normaalschool voor Tekenleraren in Amsterdam. Hij vertrok in 1920 naar Amsterdam, in 1922 werd de opleiding voltooid met het behalen van de MO-akten handtekenen en lijntekenen. Hij keerde terug naar Meppel om als tekenleraar les te geven.

In januari 1923 vertrok De Vries naar Parijs. Hij schreef zich in bij de École des Beaux Arts, een traditionele klassieke opleiding. Naast de verplichte klassieke opdrachten van deze academie werkte De Vries ook aan een meer persoonlijk handschrift door te studeren aan de Académie Colarossi in Montparnasse. Hij reisde naar Florence en Rome. Het dure leven in Rome deed hem uitwijken naar het kunstenaarsdorp Anticoli, waar hij kunstenaars uit andere delen van Europa ontmoette. Van hieruit maakte hij een tocht naar Lipari, waar hij getroffen werd door de rijke kleurschakeringen. De schilderijen die hier ontstonden behoren tot het beste van zijn oeuvre. In het schilderij ‘Vulcano’ (olieverf op papier, 1924) is de verandering in zijn manier van werken zichtbaar.

Deze wijze van werken kwam goed van pas in Noord-Afrika. Hij was in de lente van 1924 naar Tunis vertrokken. Omdat het schilderen ‘naar de natuur’ in een islamitisch land niet vanzelfsprekend was, was zijn nieuwe aanpak in de nieuwe context effectief. Hij observeert op straat en werkt daarna in de beslotenheid van zijn atelier de opgedane impressies verder uit.

Eenmaal terug in Nederland vond De Vries een baan als tekenleraar aan het Stedelijk Gymnasium in Groningen. Hij werd in 1924 lid van de Kunstkring De Ploeg en in 1926 nam hij voor het eerst deel aan een Ploeg-tentoonstelling. In 1926 (tijdens de roerige periode van De Ploeg) werd hij voorzitter. Hij had te midden van de schilders van De Ploeg een eigen positie en hij heeft ondanks zijn grote buitenlandse ervaring geen wezenlijk invloed gehad op het werk van de ander Ploegleden. Wel tonen zijn Groningse landschappen uit de jaren 1930-1980 bij vlagen een heftig expressieve penseelvoering, hoge horizonten, silhouetachtige afbeeldingen van kerken, dorpen en boerderijen en soms dreigende luchten (‘Gezicht op Oostum’, wasverf op board, 1939, ‘Reitdiep’, olieverf op doek, 1974 en ‘Zon over het Hogeland’, wasverf op doek, 1956 kunnen als voorbeelden gelden). In 1983 werd hem het ere-lidmaatschap van De Ploeg toegekend als waardering voor de vele verdiensten. In de Marktpleinkerk van Winschoten hangen 15 werken van hem. De stukken (alle Bijbelse voorstellingen) zijn aangekocht door de burgerlijke gemeente ( Winschoten) en in bruikleen aan de Protestantse gemeente afgestaan. Voor de toeristen zijn de werken in de zomermaanden, juli en augustus, te bezichtigen op vrijdagmiddag en zaterdagmiddag van 14.00 tot 17.00 uur.

Zoals veel Ploegleden hield Jannes de Vries zich ook bezig met grafisch werk voor commerciële doeleinden. Zijn deeltijdbaan als tekenleraar verschafte hem onvoldoende financiële middelen en de opbrengsten van zijn schilderijen waren niet genoeg om het tekort aan te vullen. Zijn activiteiten op het vlak van illustratie- en reclamewerk waren zo succesvol dat hij zich liet bijstaan door freelance medewerkers. Het ‘Bureau J. de Vries Ontwerper’ werd bekend door de ontwerpen voor verpakkingsblik van Tjoklat (zoals van Tjoklat camée-pastilles), Red Band pastilles en F. Broekema (koffie en thee). De inkomsten uit deze activiteiten verschaften Jannes de Vries de middelen om in 1937 een zomerhuis in Hooghalen te laten bouwen. Het ontwerpbureau was tot in de jaren 60 van de twintigste eeuw actief. Van het werk is overigens weinig bewaard gebleven.

Jannes de Vries Meer lezen »

Kunst, Ploeg Schilders
Scroll naar boven