Piet Mondriaan

Piet Mondriaan werd in 1872 geboren aan de Kortegracht in Amersfoort. In zijn geboortewoning is tegenwoordig het Mondriaanhuis gevestigd. Mondriaan’s vader, die ook Piet heette, verdiende de kost als christelijke hoofdonderwijzer en voedde zijn gezin streng christelijk op. Op latere leeftijd zou zijn zoon zich hier sterk tegen afzetten. Het leven aan de Kortegracht was niet eenvoudig. De gezinswoning verkeerde in slechte staat, onder meer doordat de gracht waaraan deze lag geregeld overstroomde en delen van de woning waterschade opliepen. Piet’s moeder Johanna had een zwakke gezondheid. Een groot deel van het huishouden kwam hierdoor op de schouders van Piet’s zus Johanna terecht.

In 1880 verhuisde het gezin Mondriaan naar Winterswijk, waar vader Piet een nieuwe betrekking als schoolhoofd had gevonden. Naast zijn werk op school verdiende hij ook geld door tekeningen van feest- en gedenkplaten te maken. Ook zoon Piet tekende veel. Op advies van zijn vader volgde de jonge Piet Mondriaan na voltooiing van de lagere school een opleiding tot tekendocent. Maar een carrière als docent kwam uiteindelijk niet van de grond. Piet Mondriaan besloot te gaan voor het kunstenaarschap, net als zijn oom Frits die de kost verdiende met schilderijen van landschappen in de stijl van de Haagse School. Samen met zijn oom trok Piet Mondriaan geregeld de natuur in om schilderijen te maken. Volgens kenners vertonen de werken van de twee uit deze periode grote gelijkenissen. Op twintigjarige leeftijd, in 1892, vertrok Piet Mondriaan naar Amsterdam om een opleiding tot kunstenaar aan de Rijksacademie in Amsterdam te volgen. Dit tot ongenoegen van zijn vader die weigerde de studiekosten te betalen. Dat Mondriaan zijn studie toch kon voltooien was onder meer te danken aan het Koninklijk Huis, dat hem voor een periode van twee jaar een beurs verstrekte.

In Amsterdam bouwde Mondriaan een netwerk op en ontmoette hij meer kunstenaars. Ook sloot hij zich aan bij de vereniging ‘Arti et Amicitiae’ en de schildersvereniging ‘St. Lucas’. Na de voltooiing van zijn studie bleef Mondriaan aanvankelijk in Amsterdam. Geld verdiende hij vooral met landschapsschilderijen. Na enige tijd kwam hij er echter achter dat de aangeleerde methodes en manieren van de Rijksacademie eigenlijk helemaal niet bij hem pasten. Het Mondriaanhuis schrijft daarover in zijn vaste presentatie. In Amsterdam raakt Mondriaan onder de invloed van voorlopers als Breitner en Isaac Israëls. Ook liet hij zich inspireren door het symbolisme, om zich daarna weer voor lange tijd te richten op de landschapsschilderkunst. Regelmatig was Mondriaan ook buiten de stad te vinden.

Zijn hele leven zou Piet Mondriaan op zoek blijven naar de volmaakte compositie. Een kunstwerk dat ontdaan was van alle bindingen met de uiterlijke wereld. Uiteindelijk zou Mondriaan zo komen tot werken die beperkt waren tot nog maar enkele essentiële factoren, zoals rechte lijnen, rechthoeken en drie primaire kleuren (rood, geel en blauw) met daarbij de schakeringen zwart en wit. Dankzij zijn goede internationale contacten wist Mondriaan in de loop van de jaren twintig toch steeds meer aandacht te krijgen voor zijn abstracte werk. Zijn werk werd geregeld geëxposeerd en zijn ateliers werden artistieke trekpleisters. Kort voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak verruilde Mondriaan de stad Parijs voor Londen. Toen die stad steeds vaker gebombardeerd werd door de nazi’s, verkaste Mondriaan naar New York. Daar brak de zeventigjarige kunstenaar definitief door. Door velen werd hij beschouwd als dé voorman van de abstracte kunst. In zijn periode in New York maakte Mondriaan ook nauwer kennis met de boogiewoogie- en bluesmuziek. Mondriaan, altijd al dansliefhebber geweest, liet zich bij het maken van zijn werk Broadway-Boogie-Woogie (1942/43) inspireren door die muziek.

Scroll naar boven